over alles wat met Cuba te maken heeft...

Moderator: FORUMBEHEERDER

#114714 door Prawo
10 jun 2019, 09:48
Rechtszaak
Exact uit Delft hield jarenlang Cubaanse staatsbedrijven draaiend. Na overname door Amerikanen stopte het softwarebedrijf er opeens mee. Komende week dient in Den Haag een rechtszaak met internationale dimensies.

Ouderwetse auto’s, bejaarde muzikanten en oude, kleurrijke gebouwen. Volgens de clichés leeft Cuba nog in een ver verleden, overgeslagen door de digitaliseringsgolf die de afgelopen decennia van San Francisco tot Shanghai ging.

Schijn bedriegt. Achter de schermen draait de Cubaanse economie al sinds de jaren negentig op hypermoderne software, van Hollandse makelij. Sinds jaar en dag voorziet Exact uit Delft de grote Cubaanse staatsbedrijven van hun belangrijke computerprogramma’s. Althans, tot afgelopen maart. Van het ene op het andere moment trok Exact de stekker uit die samenwerking. Omdat een alternatief ontbreekt, dreigen Cubaanse bedrijven vast te lopen.

Komende dinsdag is de rechtbank in Den Haag toneel van een kort geding waarin wordt geëist dat Exact zijn software en ondersteuning per direct weer beschikbaar maakt in Cuba.

Tegelijkertijd krijgt de rechter ook een politiek-economisch conflict tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten op zijn bord. Want waar de Helms Burton-wet Amerikaanse bedrijven verbiedt zaken te doen in Cuba, heeft de EU regels die Europese bedrijven verbieden naar die wet te handelen. En laat Exact nou net zijn overgenomen door de grote Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR.

Alles op zwart
Op dinsdag 26 februari stuurt Exact een bondig persbericht de wereld in. „Belangrijke aankondiging”, leest het. KKR wil Exact overnemen. Exact (1.400 werknemers, 184 miljoen euro omzet) spreekt van de perfecte partner en een spannend nieuw hoofdstuk. „Exact blijft onafhankelijk opereren”, luidt de geruststellende afsluiting. „We zetten onze dagelijkse activiteit voort met dezelfde focus op het bedienen van onze klanten en partners.”

Op Curaçao, 7.800 kilometer verderop, ervaart men dat anders. Twee weken na publicatie van de overname en geruststellende woorden, ontvangt PAM International N.V. in Willemstad een brief én mail van Exact-bestuurslid Paul Ramakers.

PAM is in 1996 opgericht om (via Curaçao) de software van Exact in Cuba te distribueren. In de jaren daarna groeit Exact fors. Het doet overname na overname, gaat naar de Amsterdamse beurs en er weer af. De oprichters van Exact belanden in de bovenste helft van de Quote500 na verkoop van hun aandelen. Als sponsor van Formule 1-coureur Max Verstappen raakt Exact ook bij het brede publiek bekend.

De samenwerking op Cuba loopt al die 23 jaar in volle tevredenheid door. Exact en PAM verdienen miljoenen aan de communistische klanten. Geld dat ze gelijkelijk verdelen. Maar op 11 maart zet Paul Ramakers „per direct” de distributieovereenkomst stop, zonder toelichting. De ondersteuning van Cubaanse klanten door PAM wordt onmiddellijk gestaakt, toegang tot portals ontzegd en er worden geen nieuwe licentiesleutels verstrekt.

„Vanaf die dag is alles op zwart gegaan”, vertelt advocaat Frank Laagland van het Eindhovense VMBS Advocaten. „Na ruim twintig jaar zakendoen werd er niet eens een reden gegeven.”

Laagland is na ontvangst van de brief ingeschakeld door PAM International. In overleg met zijn cliënten, die geen vragen willen beantwoorden, heeft hij de dagvaarding voor het kort geding opgesteld.

21 staatsbedrijven
PAM werd indertijd op verzoek van Exact opgericht, zo leert de dagvaarding, om Exact-software op de Cubaanse markt te brengen. Het gaat om programmatuur voor Enterprise Resource Planning (ERP), die boekhouding, voorraadbeheer, personeelsadministratie en meer samenvoegt. De Cubaanse variant is zo aangepast dat die probleemloos met de twee lokale parallelle munteenheden kan werken.

De Cubaanse markt betreden is complex. Voor PAM officieel „goedgekeurde handelspartner” werd, moest het jaren met een Cubaanse handelsagent samenwerken en bij diverse ministeries langs voor vergunningen. Tot op de dag van vandaag moet het lokaal personeel via een overheidsdetacheringsbureau inhuren.

Na al die hordes krijg je ook wat: een monopoliepositie. „Er is geen andere leverancier van ERP-software die goedkeuring heeft van de Cubaanse overheid om in Cuba te mogen leveren”, aldus de dagvaarding. Die stelt dat PAM software levert voor de 21 grootste (staats)bedrijven in Cuba, goed voor zo’n 80 procent van de economie. Denk aan sigarenmaker Habanos en de Cubaanse rumreus Cuba Ron.

De 21 grootste bedrijven in Cuba, goed voor 80 procent van de economie, draaien op software van Exact

Volgens de dagvaarding verdienden PAM en Exact met hun Cuba-activiteiten de afgelopen decennia jaarlijks zo’n 500.000 dollar – voor elk de helft. Bij PAM in Willemstad bekroont dat een mooie relatie. Eind 2017 ontvangt het als gewaardeerd distributeur van Exact nog een uitnodiging voor een skitrip in de Oostenrijkse Alpen.

Maar afgelopen maart wordt dat contract dus opgezegd. Over de reden tast PAM aanvankelijk in het duister. Advocaat Laagland: „Ik heb toen contact gezocht met Exact en daar is mij verteld dat de opzegging alles te maken had met de nieuwe Amerikaanse eigenaar KKR. Die ontdekte dat er zaken werden gedaan met Cuba en zei: zeg alles maar op.”

De reden, zo krijgt Laagland te horen, is de Amerikaanse Helms Burton-wet uit 1996. Die regelt onder meer dat bedrijven kunnen worden aangeklaagd die op Cuba geld verdienen met bezittingen die zijn geconfisqueerd na de Cubaanse revolutie. Waarom dit voor Exact zou gelden, is onduidelijk.

NRC benaderde de softwareleverancier met vragen over het geschil met PAM, maar Exact wil die niet beantwoorden. In een korte e-mail stelt Exact internationale wet- en regelgeving te volgen. „Voor ons is hierbij ook de Amerikaanse sanctiewetgeving relevant vanwege onze nieuwe eigendomsstructuur. Het klopt dat er een zaak speelt die samenhangt met die sanctiewetgeving.”

VS versus EU
Laagland betwist in de dagvaarding dat de Helms Burton-wet van toepassing is op Exact. Integendeel, vindt hij: het is Exact als rechtspersoon in de EU juist verboden gevolg te geven aan de Amerikaanse sanctiewetgeving.

De Amerikaanse sancties tegenover Cuba zijn Europa al geruime tijd een doorn in het oog. Toen president Donald Trump rustende delen van de Helms Burton-wet dit voorjaar weer activeerde, bracht EU-buitenlandcoördinator Federica Mogherini een felle verklaring uit die repte van „ondermijning van het vertrouwen” in de trans-Atlantische relatie. Ze dreigde met een procedure bij de Wereldhandelsorganisatie.

Lees ook: EU treft maatregelen voor bescherming Europese bedrijven op Cuba

Om Europese bedrijven te beschermen tegen de Amerikaanse sanctiewetgeving heeft de EU een antiboycotverordening ingesteld die het Europese bedrijven – en daarmee Exact – verbiedt zich naar Helms Burton-wet te voegen, onderstreept de dagvaarding. „De reden voor opzegging van Exact is in strijd met Europees recht.”

Dat vindt ook investeringsmanager en oud-advocaat Sebastiaan Berger. Hij woonde 17 jaar in Cuba en runt sinds 2001 het investeringsfonds Ceiba, dat enkel en alleen in Cubaans vastgoed investeert. Onder de vlag van de grote Schotse vermogensbeheerder Aberdeen Standard Investments kreeg Ceiba vorig jaar een notering aan de beurs van Londen.

Gedonder voorkomen
Berger: „Het lijkt mij duidelijk dat een Nederlands bedrijf onrechtmatig handelt indien dat bedrijf op grond van instructies van een Amerikaanse aandeelhouder een bestaande overeenkomst en rechtsverhouding eenzijdig en met onmiddellijke ingang opzegt op grond van Amerikaanse wetgeving die volgens de Europese Unie onwettig is en niet op dat Nederlandse bedrijf van toepassing is.”

De in internationale handel gespecialiseerde advocaat Jan Willem Bitter – die in de jaren 90 in Cuba werkte – denkt dat men in bestuurskamers van Exact en KKR waarschijnlijk niet eens bezig is met de vraag onder welk regime Exact valt. „Men wil gedonder voorkomen. Dat is namelijk wat je krijgt als de Amerikanen wakker worden en procedures tegen KKR beginnen”, zegt Bitter. „Dat wil je niet als bedrijf. Los van de uitkomst kost dat veel tijd, energie en geld.”

Naast de Helms Burton-wet is er ook andere Amerikaanse sanctiewetgeving jegens Cuba. Uit vrees voor problemen in de VS zijn diverse grote Nederlandse bedrijven bijzonder voorzichtig met de handel met Cuba, banken voorop.

Neem ING. Dat trof in 2012 een schikking van 619 miljoen dollar met de Amerikaanse autoriteiten. Daarmee kocht de bank strafvervolging af wegens jarenlange bewuste schending van Amerikaanse handelssancties. De bank werkt nu met een grote boog om Cuba heen. Ze weigerde eind 2017 zelfs 25 euro contributie over te maken van een Nederlandse klant naar de Belgische vereniging Initiativa Cuba Socialista, zo blijkt uit stukken bij het College voor de Rechten van de Mens http://www.keesvanoosten.nl/wp-content/ ... huysen.pdf. Initiativa Cuba Socialista organiseert ook ledenreizen naar Cuba, wat betekent dat een deel van de 25 euro in Cuba besteed kan worden. En dat is in strijd met interne regels die ING heeft opgesteld naar aanleiding van de Amerikaanse sancties.

Extra waarborgen
Geschillen als die tussen PAM en Exact zullen volgens advocaat Bitter – tevens arbiter bij handelsconflicten – „eerder hun oplossing vinden in een veroordeling tot schadevergoeding dan in een veroordeling tot nakoming” van het contract.

Maar ook van schadevergoeding wil Exact niets weten, blijkt uit de dagvaarding. Complicerende factor is dat noch Exact, noch PAM het in 1996 gesloten contract boven tafel heeft kunnen krijgen. Gezien de langlopende, vlekkeloze samenwerking en de grote gevolgen van de beëindiging voor Cubaanse bedrijven én PAM, is het contract volgens advocaat Laagland „in principe niet opzegbaar”, althans niet zonder schadevergoeding en lange overgangstermijn.

Voor Cuba-kenner Berger toont de rechtszaak – „wat de uitkomst ook wordt” – dat er extra waarborgen voor Europese bedrijven moeten komen. „Het is de hoogste tijd dat Europese en Nederlandse wetgevers duidelijke regels maken die rechtszekerheid bieden aan Nederlandse bedrijven die op volstrekt legale wijze in Cuba opereren”, zegt Berger. „Je kunt niet enerzijds een politiek van dialoog, coöperatie en economische samenwerking nastreven, terwijl je anderszijds geen minimale waarborgen creëert om handel en investeringen mogelijk te maken.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 8 juni 201 https://www.nrc.nl/handelsblad/2019/06/08/#302

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/07/bl ... m=20190610

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 0 gasten